St. Valéry-en-Caux.
Op de verjaardag van Suzan vertrekken we vroeg vanuit Honfleur naar St. Valéry-en-Caux. We willen de stroom mee hebben als we de Seinemonding uitvaren en we moeten ook op tijd in de haven zijn, want St. Valéry is een haven die droogvalt. Onze reis verloopt voorspoedig en we snellen met 10 knopen over de grond Honfleur uit. Daarna hebben we de stoom redelijk mee. Paul gooit het vislijntje uit en als hij later wil stoppen met vissen blijkt hij toch een makreeltje aan de haak geslagen te hebben!
Ruim op tijd komen we aan op onze bestemming. De haven is gezellig en er is een driedaagsfestival, waardoor er langs de kade veel reuring is. We besluiten twee dagen te blijven. Algauw komen we er achter dat ondanks dat de sluis de haven afsluit, het water in de haven toch nog behoorlijk zakt. We komen vast te liggen in de modder, bij een diepte van 1,4 meter.
We eten stokbrood met makreel en een soepje. Daarna eten we ergens als toetje een crêpe, in een beetje slecht restaurant.
Op zaterdag halen doen we boodschappen, relaxen we in de zon en besluiten we uiteindelijk om een rondje door de stad te wandelen. Het blijkt een erg leuk oud plaatsje.
Op zondag gaan we fietsen naar een ander dorp. Dat was wel een uitdaging. Eerste stuk steil omhoog. Iets met versnellingen en conditie. Daarna een hobbelig zandpad, waar de fietsjes eigenlijk best wel redelijk doorheen kwamen. Het ander dorpje was leuk, maar we besluit toch om weer terug te fietsen voor de lunch. Over de weg, dat gaat stukken beter.
Na een wel verdiende lunch besluiten we om toch nog een nacht te blijven en ’s morgens vroeg te vertrekken in plaats van om de nacht te gebruiken om naar Boulogne-sur-Mer te varen. Dit blijkt een goede keuze, want ‘s avonds is het nog gezellig met onze buren.


